Tiener- & Jongerenkoren
Ik ben de vreemde
Waarom blijf je vragen: ‘God, waar ben Je?
Waarom blijf je weg, laat Je mij alleen?’
Ik heb je nooit verlaten,
loop met je te praten
in de mensen om je heen.
Ik ben de vreemde die je zomaar tegenkomt.
Ik ben de ander die vanmorgen naast je stond,
de onbekende die je vriendelijk begroet,
de stem van stilte die je in jezelf ontmoet.
Waarom blijf je zingen: ‘God, waar woon je?
Hoe luidt je adres en je telefoon?’
Geen huis kan mij ooit binden.
Jij, jij kunt me vinden.
In je hart is waar ik woon.
Ik ben de vreemde…
Waarom blijf je zeggen: ‘Kwam de dag maar
dat God als een mens hier voor mij zou staan?’
Ik sta al dagelijks voor je,
spreek je aan en hoor je.
Waarom kijk je mij niet aan?
Ik ben de vreemde…
Een nieuwe morgen breekt aan
Stap uit de wereld van vuisten maken,
stap uit de wereld van verdriet en pijn
waar geweld wordt beantwoord
met nieuw geweld,
een mens meer of minder
voor niemand telt.
Stap even uit deze wereld
om ergens anders te zijn.
Stap uit de wereld van harde woorden,
stap uit de wereld van gespierde taal.
Woorden kunnen zo lief zijn
maar ook gemeen.
Ze kwetsen een ander,
die staat alleen.
Stap even uit deze wereld
en in een ander verhaal.
Stap uit de wereld van snel snel haasten,
stap uit de wereld van altijd te laat.
Kijk, de mensen ze lopen
zichzelf voorbij,
ze rennen vooruit, gaan
voor niets opzij.
Stap even uit deze wereld
op zoek naar rust, regelmaat.
Stap in een wereld van weer vergeven,
stap in een wereld van ‘gedaan is gedaan’
waar de toekomst een deur wordt
die opengaat
en zoekende harten
vrij binnenlaat.
Een nieuwe dag om te leven
een nieuwe morgen breekt aan.
Mensen onderweg
Mensen zijn op weg,
eeuwenlang bewegen zij zich voort.
Mensen onderweg
zoeken zich een thuis, een leefbaar oord.
Heel de aarde rond,
over land over zee
loopt goed zichtbaar een menselijk spoor.
Hier wat primitief,
daar modern eigentijds,
soms met omwegen, meestal rechtdoor.
Mensen gaan op weg
uit wat onrechtvaardig is vandaan.
Mensen onderweg
blijven uitzien naar een nieuw bestaan,
hopen op herstel
van de waarden van toen
uit een tijd die voorbij is gegaan.
Of zij breken af
wat van gisteren nog staat
omdat zij nieuwe wegen inslaan.
Mensen onderweg:
jij en ik overal nergens thuis,
thuis op aarde.
Weet, de langste reis
is de reis onderweg naar jezelf: thuis…
Mensen, ga op weg.
Drijf mee met de stroom of ga alleen.
Mensen onderweg
kunnen niet over of om jou heen.
Voel je niet verplicht
om de hoofdweg te gaan.
Er zijn zijwegen voor iedereen.
Waar de zin van alles
wat leeft, wordt verstaan,
komen al onze wegen bijeen.
Mensen onderweg:
jij en ik overal nergens thuis…
Jij die jij blijft
Jij die jij blijft:
kijk mij aan,
wend je niet af.
Ik nader tot jou,
jij nadert tot mij.
Jij die jij blijft:
spreek met mij
in mensentaal.
Ik luister naar jou,
jij luistert naar mij.
Leer mij zien hoe jij mij kent,
leer mij wie ik voor de wereld ben.
Zonder gezicht of naam
kan een mens niet bestaan:
laat mij er zijn, spreek mij aan.
Jij die jij blijft:
raak mij aan
met zachte hand.
Ik voel iets voor jou,
jij voelt iets voor mij.
Jij die jij blijft:
leef met mij,
eet met mij brood
Ik deel het met jou,
jij deelt het met mij.
Leer mij zien hoe jij mij kent,
leer mij wie ik voor de wereld ben.
Zonder gezicht of naam
kan een mens niet bestaan:
laat mij er zijn, spreek mij aan.
Niemand uitgezonderd
Te weten dat iedereen,
niemand uitgezonderd,
zijn eigen gedachten heeft,
hetzelfde weer anders beleeft
is wat mij vaak verwondert.
Te weten dat om mij heen
niemand uitgezonderd
de zon op zijn wegen vindt
en blootstaat aan regen en wind
is wat mij vaak verwondert.
En niemand
die niet als ik deelt in ’t geheim
mens van God te mogen zijn.
En niemand
die ik in stilte niet begroet:
‘Mens, het ga je goed.’
Te leven met iedereen
– niemand uitgezonderd –
verschillend van kleur en taal
als deel van hetzelfde verhaal
is wat mij vaak verwondert.
Te leven met om mij heen
niemand uitgezonderd,
met mensen als ik en jij
ver weg of als God zo nabij
is wat mij vaak verwondert.
En niemand
die niet als ik deelt in ’t geheim
mens van God te mogen zijn.
En niemand
die ik in stilte niet begroet:
‘Mens, het ga je goed.’
Dat wij niet uitdoven
Dat wij niet uitdoven
als de wind in een storm ontaardt,
blijven vertrouwen,
ons hart een niet te blussen haard:
ontmoet ons in vuur, God…
Dat wij niet uitdrogen
zonder hoop te vroeg uitgebloeid,
blijven verlangen,
een bron die tot een stroom uitgroeit:
ontmoet ons in water, God…
Dat wij de pelgrims zijn
in het spoor van een nieuw Verbond,
vrij in beweging,
geworteld toch in goede grond:
ontmoet ons in aarde, God…
Dat wij de vrede zijn,
liefde delen in overvloed.
Dat wij gaan leven
een open toekomst tegemoet:
ontmoet ons in adem, God…
Wie speelt in de hoofdrol
Wie speelt in de hoofdrol,
beslist over goed en fout?
Die sterk is geboren
en niet om wat onrecht rouwt.
Zal dan toch waar zijn
dat het toeval bepaalt
wie mee mag spelen
in het mensenverhaal?
Regels zijn regels
en ze nemen de maat.
Val je daarbuiten?
Ach, je weet hoe het gaat…
’t Is vol in de kantlijn
met mensen die onderweg
gevallen, gestrand zijn:
de armen, zij hadden pech.
Zal dan toch waar zijn…
Maar meedoen en zwijgen
is al wat ons overblijft.
Zou dit het verhaal zijn
dat God met de mensen schrijft?
Hoe kan dan waar zijn…
’t Verhaal dat zal doorgaan,
de rollen die draaien om.
De armen staan vooraan
als wat wordt gehoopt uitkomt.
En dan zal waar zijn
dat de liefde uitstraalt
dat jij ook meedoet
in het mensenverhaal.
Niemand is minder,
niemand staat buitenspel.
Noem mij een dromer,
maar toch geloof ik het wel.
Jij zou toch God zijn
De aarde uit Jouw hand geschapen
met groen en blauw
met vuur en kou
met zuur en zout.
De aarde aan de mens gelaten.
Wat ooit was één groene tuin
is nu grijs van het pijn.
Ken Jij de aarde nog…
Doet het Jou geen pijn
als wat nu in schoonheid bloeit
voorgoed wordt uitgeroeid?
Jij zou toch, Jij zou toch, Jij zou toch God zijn?
De mensen van Jouw adem levend
met hart en hand
een wijs verstand
aan Jou verwant,
wij mensen aan elkaar gegeven.
Wie niet past in het systeem
die leeft en sterft alleen.
Ken Jij de mensen nog…
Doet het Jou geen pijn
als een mens getroffen wordt
door onrecht en tekort?
Jij zou toch, Jij zou toch, Jij zou toch God zijn?
Het leven uit het niets begonnen
dat door de tijd
de mensen leidt
naar eeuwigheid,
dit leven waarvan dichters zongen,
wordt gemarteld en gekweld
door haast en méér en geld.
Deel Jij ons leven nog…
Doet het Jou geen pijn
wanneer Jij ’t geknakte riet
opnieuw gebroken ziet?
Jij zou toch, Jij zou toch, Jij zou toch God zijn?
Mensen zijn zo slecht nog niet
Mensen zijn zo slecht nog niet.
Mensen zijn zo slecht nog niet,
al hoor je ze vaak schelden
in harde, brute taal
en kwaad met kwaad vergelden,
hun wapens sterk als staal.
Mensen zijn zo slecht nog niet.
Mensen zijn nog niet zo kwaad
zijn tot heel veel moois in staat
al zie je ze tekeergaan
in blinde razernij
wanneer ze iemand neerslaan
die anders is dan zij.
Mensen zijn nog niet zo kwaad.
Mensen kunnen aardig zijn,
eerlijk en rechtvaardig zijn
al maken ze ook fouten
en doen zij elkaar zeer.
Hun hart is toch van goud en
hun handen zacht en teer.
Mensen kunnen aardig zijn.
Mensen, kijk hoe gaaf we zijn,
kleurrijk als de zonneschijn
met blozende gezichten –
wie is er nooit verliefd?
Dus gun elkaar het licht en
de ruimte asjeblieft.
Mensen, kijk hoe gaaf we zijn.
Niets verstoort
Ze zwerft rond door een donkere stad
ogen nat van het huilen,
klampt zich aan de voorbijgangers vast:
‘Weet jij waar ik kan schuilen?’
Maar de mensen, ze kijken niet op
doen alsof ze niets horen,
lopen door, zijn op weg naar huis,
hebben hier niets verloren.
Niets verstoort
het leven in dit paradijs.
Niets verstoort:
we dromen rustig voort.
Ze zwerft rond met haar kleren gescheurd
en haar schoenen versleten,
zoekt haar bed in een kleine portiek,
tussen vuilnis haar eten.
Niets verstoort…
Ze is meer dan een mens met een naam,
zoekend zonder te vinden.
Ze belichaamt ons zwervend bestaan
want wij zwerven niet minder.
Morgen gaat ze weer. Wie weet wanneer
komt ze thuis in haar leven
om zichzelf te zijn, hoeft ze niet meer
hart en ziel prijs te geven?
Niets verstoort…
Mensen zullen opstaan
Mensen zullen opstaan
tegen onrechtvaardigheid,
volgen het verhaal dat
naar een nieuwe toekomst leidt.
Mensen zullen opstaan
voor vrede wereldwijd.
Mensen zullen opstaan,
zullen opstaan wereldwijd.
Denk aan alle mensen
die gewond zijn of verzwakt,
van wie ook het laatste
stukje hoop wordt afgepakt,
keer op keer vernederd
als gebroken riet geknakt.
Denk aan al die keren
dat jij hard en onverwacht
door het lof of toeval
ook tot vallen bent gebracht.
Werd jouw val gebroken,
door een woord of hand verzacht?
Mensen zullen opstaan…
Denk aan alle mensen
zonder kracht om op te staan,
die voorgoed gevallen
door het leven moeten gaan.
Kent een God het onrecht
dat een mens wordt aangedaan?
De allermooiste dromen
gaan met tegenslag gepaard.
Je struikelt over stenen
als je naar de sterren staart.
Leven is de moeite
van het vallen méér dan waard.
Mensen zullen opstaan…