Jij bent mij overkomen,
in mij opgekomen
om niet meer weg te gaan.
Jij kwam in mijn gedachten,
God, de Onbedachte.
Wat maakt Je ongedaan?
Maar wie heeft wie gevonden?
Uitgedaagd, bedwongen?
Kon Jij, kon ik bestaan
voor wij ons tegenkwamen?
Wij zijn niet dan samen.
Maak mij niet ongedaan.
Zou ik Je niet beleven,
Jou mijn woorden geven,
bleef Jij nog onontwaakt
en ik kon mij slechts dromen.
Blijf mij overkomen,
Jij hebt mij ‘ik’ gemaakt.
Jij bent mij overkomen,
in mij opgekomen
om niet meer weg te gaan.
Jij kwam in mijn gedachten,
God, de Onbedachte.
Maak ons niet ongedaan.