liedjes van bijbelverhalen

Zolang de Heer mijn herder is (psalm 23)

Zolang de Heer mijn herder is,
mijn herder is
zal het mij aan niets ontbreken,
zal het mij aan niets ontbreken.

Zolang de Heer
mijn herder is
lacht het leven mij toe.
Het gras is groen,
het water blauw.
Ik mag gelukkig zijn.

Zolang de Heer mijn herder is…

Zolang de Heer
mijn herder is
loop ik nergens gevaar.
Al gaat mijn weg
door een diep dal
ik hoef niet bang te zijn.

Zolang de Heer mijn herder is…

Zolang de Heer
mijn herder is,
wat kom ik nog tekort?
Ik hoor erbij,
ik tel ook mee.
Ik voel mij welkom hier.

Zolang de Heer mijn herder is…



Ik zoek U mijn God (psalm 63)

Ik zoek U, mijn God,
met hart en ziel.
Waar en wanneer
zal ik U vinden?

Ik zoek U, mijn God,
hier in deze ruimte
hier in deze kerk,
hier waar mensen bidden
om uw heilige zegen.

Ik zoek U, mijn God…

Ik zoek U, mijn God
overal op aarde.
Waar kunt U niet zijn?
Groter dan het leven
is uw liefde voor mensen.

Ik zoek U, mijn God…

Ik zoek U, mijn God.
Ik kan niet begrijpen
ik weet niet waarom
mensen kunnen zeggen:
‘Ach, jouw God? Die bestaat niet.

Ik zoek U, mijn God…

Ik zoek U, mijn God
voordat ik ga slapen
en mijn ogen sluit.
Zie ik dan die sterren
ben ik blij en tevreden.

Ik zoek U, mijn God…


U ons een thuis (psalm 90)

U ons een thuis
waarheen wij vluchten,
waarheen wij gaan
als wij willen schuilen.
U, God voor altijd.

Toen er nog geen bergen waren,
aarde nog geen aarde was,
toen de tijd nog moest beginnen
moet U hier al zijn geweest.

U ons een thuis…

Duizend jaar is in uw ogen
wat één dag voor mensen is
en al leven wij maar even
U geeft alle tijd aan mij.

U ons een thuis…

Elke dag leren wij beter
wat goed leven van ons vraagt.
Mogen wij dat zelf ontdekken?
Geef mij daar de wijsheid voor.

U ons een thuis…


U kent mij (psalm 139)

U kent mij,
U weet hoe ik ben.
U kent mij door en door.

U hebt mij verstaan
voordat ik ga spreken.
U leest mijn gedachten
en weet hoe ik me voel.

U kent mij…

U staat achter mij.
Uw hand op mijn schouder
om mij te beschermen.
Ik voel hoe U mij draagt.

U kent mij…

Vóór mij bent U ook.
Waar ik ben of heenga
U weet mij te vinden
waakt (waar niet?) over mij.

U kent mij…

God, U geeft mij lucht
geeft mij alle ruimte
U geeft mij dit leven
vanaf de eerste dag.

U kent mij…


Lied van Tien Woorden (Exodus 20, 3-17)

Eén God heb je, niet meer:
één God voor iedereen,
één God voor alle mensen
en voor alles om je heen.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het eerste gebod.

Maak van je God geen beeld:
doe niet of je mij kent.
Maak over mij geen ruzie,
niemand weet hoe groot Ik ben.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het tweede gebod.

Roep niet bij alles ‘God’:
heb eerbied voor mijn naam
en noem mij niet bij dingen
die Ik, God, niet heb gedaan.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het derde gebod.

* * *

Werk, doe wat je moet doen
zes dagen op een rij.
De zevende is anders:
die moet heilig zijn en vrij.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het vierde gebod.

Vergeet je ouders niet:
zij hebben je geleerd
te lachen en te huilen.
Zorg dus dat je ze waardeert.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het vijfde gebod.

En dood een ander niet.
Ik wil dat je dat laat,
want sla je iemand anders
sla je Mij in het gelaat.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het zesde gebod.

* * *

Breek je belofte niet
blijf je belofte trouw.
Je hebt je woord gegeven,
iemand rekent nu op jou.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het zevende gebod.

Neem wat je nodig hebt:
het leven plant zich voort,
maar steel niet van een ander
wat een ander toebehoort.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het achtste gebod.

Verkoop geen roddelpraat
lieg niet over elkaar,
verspreid geen valse praatjes
die gemeen zijn en niet waar.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het negende gebod.

Geen twee mensen gelijk
maar ieder naar mijn beeld!
Daarom moet je niet willen
wat een ander heeft of wil.
    Tien woorden,
    tien woorden van God
    en dit is het tiende gebod.


Hoe is het mogelijk (Matteüs 14, 22-33)

Hoe is het mogelijk.
Is het wel mogelijk,
moeten de mensen toen hebben gedacht.
Over het water gaan,
stil op de golven staan.
Wat geeft een mens zoveel kracht?

Op weg naar de overkant van ’t grote meer
met tegenwind, wat gaan de golven tekeer.
Dan zien zij een man komen, zien zij dat goed?
Hij lijkt op het water te lopen, te voet.

Hoe is het mogelijk…

Ze schrikken en worden bang, beven als riet.
Dan horen zij: ‘Ik ben het, zie je dat niet?’
Hun ogen gaan open, ze zien wie hij is:
de man die zoveel over God en Goed wist.

Hoe is het mogelijk…

En één van hen stapt uit de boot maar hij zinkt.
De wind is te sterk: ‘Help me vóór ik verdrink!’
De man steekt zijn hand uit: ‘Ik ben er voor jou,
er komt een dag dat jij dit ook kunt: vertrouw!’

Hoe is het mogelijk…



Laat de kinderen bij mij komen (Matteüs 19, 13-15; Marcus 9, 33-37)


    ‘Laat de kinderen bij mij komen
    Zie hoe zij van een hemel dromen,
    hoe de aarde kan zijn.
    Groot zijn ze, al zijn ze klein.’

Ouders brachten in die tijd
hun kinderen bij Hem.
Hij zegende ze één voor één
en sprak met zachte stem:

    ‘Laat de kinderen bij mij komen…’

Toen werden zijn vrienden boos.
Ze zeiden: ‘Ga opzij.
Hij heeft wel iets belangrijkers
te doen.’ Maar Jezus zei:

    ‘Laat de kinderen bij mij komen…’

‘Wie zichzelf belangrijk vindt
moet worden als een kind
omdat het mooie Rijk van God
bij kinderen begint.’

    ‘Laat de kinderen bij mij komen…’


Morgen zien we verder (Matteüs 6, 24-34)

Een beetje meer op vogels lijken
die niet zaaien en niet maaien,
die geen grote huizen bouwen
met de deuren in het slot.
Beter naar de vogels kijken
die zo van het leven houden
dat ze vliegen. Als God…

   …vogels voedt en bloemen kleedt,
    waarom zorgen wat je eet?
    Stel niet uit tot morgen
    wat vandaag gebeuren moet.
    Leef het leven samen,
    morgen zien we verder. Goed?

Een beetje meer op bloemen lijken.
Hoe ze groeien, hoe ze bloeien,
hoe ze even alles geven,
dan verwelkt zijn en verdord.
Beter naar de bloemen kijken.
Of en hoe ze morgen leven,
is hun zorg niet. Als God…

    …vogels voedt en bloemen kleedt…

Natuurlijk, mensen moeten eten,
moet leren, zich verweren
tegen regen, tegen onweer.
Werken, zorgen is hun lot.
Bijna zouden wij vergeten:
na de regen komt de zon weer,
dat is zeker. Als God…

    …vogels voedt en bloemen kleedt…


Lied van de verloren zoon (Lucas 15, 1-32)

Het lied van de verloren zoon.
Een vader had twee zonen.
De jongste wilde weg van huis,
de oudste bleef daar wonen.
De jongste vroeg zijn vader geld,
dan kon hij snel verrekken
de grote wijde wereld in:
het paradijs ontdekken.

De grote, wijde wereld in
daar is veel meer dan thuis te zien.
De grote, wijde wereld in:
daar is veel te beleven
al is het maar voor één keer in je leven.

De jongste ging op weg en kon
z’n ogen niet geloven,
zag grote vissen in een zee
en vogels hoog daarboven.
Hij zwom met de dolfijnen en
zag wilde leeuwen rennen,
hij leerde spreken in een taal
die vreemde mensen kennen.

De grote, wijde wereld in…

Maar op een dag ging alles mis
dat had hij kunnen weten.
Ver weg van huis, hij had niets meer
geen geld en ook geen eten.
Hij wilde weer naar huis, dat zou
het einde van zijn reis zijn.
Wat zou zijn vader zeggen dan?
‘Jij wilde eigenwijs zijn.’

De grote, wijde wereld in…

De vader had zijn zoon gemist
bezorgd zat hij te treuren:
‘Hoe zou het met m’n jongen zijn,
zal hem toch niets gebeuren?’
Toen keek hij op: daar was zijn zoon
Het leek alsof hij droomde
Hij rende op hem af en riep:
‘Mijn zoon is thuisgekomen!’

De grote, wijde wereld in…


Een honderdman (Lucas 7, 1-10)

Hij was een honderdman
de baas van veel soldaten,
zo één die orders geeft
commando’s in ’t gevecht.
Het was een vrije dag,
hij hoorde Jezus praten
toen hij moest denken aan
zijn zieke, beste knecht.

Hij was een honderdman
zo één die je moet vrezen,
nu zond hij mensen met
een vraag naar Jezus toe:
‘Al ben ik honderdman
kun jij mijn knecht genezen?
Want die is ziek en ik,
ik weet niet wat te doen.’

Hij was een honderdman
maar voelde zich onzeker
en liet nu zeggen: ‘Wie
ben ik dat jij hier komt?
Ik commandeer en jij
hoeft één woord maar te spreken,
één woord, jij zegt het en
mijn knecht is weer gezond.’

Hij was een honderdman
en Jezus was verwonderd
dat hij zo’n groot geloof
bij vreemde mensen vond.
En ook de honderdman
was zelf wat overdonderd
want, hoe weet niemand, maar
zijn knecht was weer gezond.


Vijf broden en twee vissen (Matteüs 14, 13-21; Marcus 6, 31-44)

Vijf broden en twee vissen
en meer dan vijfduizend mensen.

Hij leert de mensen over goed en fout.
Hij leert de mensen dat God van ze houdt.
Dan wordt het avond, iedereen is moe.
Te ver van huis, waar moeten zij naartoe?

Vijf broden en twee vissen…

‘Stuur niemand weg, er zal voldoende zijn.’
Hij bidt, maar wat hij bidt dat blijf geheim.
Dan wordt het brood gebroken en gedeeld,
er is genoeg, we hebben zelfs te veel.

Vijf broden en twee vissen…

We staan verbaasd, begrijpen er niets van.
In hemelsnaam wat is hier aan de hand?
Er was te weinig, nu is er te veel.
Het brood wordt méér wanneer het wordt gedeeld.

Vijf broden en twee vissen…


Voor mij gedaan (Matteüs 25, 31-40)

Wat je voor een ander doet
doe je in mijn naam.
Wat je voor een ander doet,
heb je voor mij gedaan.

Toen ik dorst en honger had
en niemand mij zag staan,
gaf je mij te eten,
gaf je mij te drinken.
Dat heb jij voor mij gedaan.

Wat je voor een ander doet…

Toen ik geen bekenden zag
en mij niet graag liet zien
kwam jij mij om mij heen staan
liet mij niet alleen staan.
Jij was echt een goede vriend.

Wat je voor een ander doet…

Toen ik opgesloten zat
en niet naar buiten kon
ging jij naar mij zoeken
kwam jij mij bezoeken
Dankzij jou scheen weer de zon.

Wat je voor een ander doet…