Mozes
Ik wil je het verhaal vertellen van Mozes. Bijna was er helemaal geen verhaal geweest. Het scheelde namelijk niet veel, of Mozes had helemaal niet bestaan!
Het is lang geleden gebeurd. In het land van de joden had het al jarenlang niet meer geregend en er groeide niets meer. Daarom waren ze met zijn allen naar Egypte gevlucht. Ze waren er welkom en ze leefden in vrede met de mensen die al in Egypte woonden. Maar op een dag veranderde dat.
De koning van Egypte, die toen ‘farao’ werd genoemd, stierf en er kwam een nieuwe koning, een nieuwe farao. Die moest niet veel van de joden hebben. Hij vond dat er teveel waren. En hij was bang, dat ze groter en sterker zouden worden dan de Egyptenaren zelf. Misschien was hij ook wel bang dat zij op een dag zelfs de baas in het land zouden worden. En daarom moest er iets veranderen, vond hij.
Nu was het zo, dat er al een tijdje voorraadschuren moesten worden gebouwd om het graan in op te slaan. Maar niemand kon of wilde dat doen. Het was zwaar en gevaarlijk werk. Eerst moesten er grote blokken klei uit de rivier in de hete zon worden gebakken. Als die hard genoeg waren, moesten ze over het land worden vervoerd. En dan moesten ze ook nog omhoog getild worden en aan elkaar vast gemetseld.
De farao dacht: ‘Dit lijkt me wel een leuk klusje voor de joden. Zo houd ik ze wel onder de duim.’ De joden sputterde natuurlijk wel tegen, maar ze hadden geen keus. Als ze het niet deden of als ze niet doorwerkten, werden ze geschopt en geslagen. Van de ene op de andere dag waren ze slaven geworden: ontsnappen was er niet bij.
Maar de farao was nog niet tevreden. De joden waren taaier dan hij had gedacht. ’s Avonds, als het al donker was, dan waren ze helemaal niet moe of uitgeput. Ze gingen bij elkaar eten en drinken. Dan zongen ze liederen en vertelden verhalen in een taal die de farao niet verstond. En het hielp niet als hij ze nog harder liet werken. Er werd feest gevierd als er weer een baby was geboren, en dat gebeurde best vaak – te vaak naar de zin van de farao. Daarom zei hij tegen de Egyptische vrouwen die de joodse vrouwen bewaakten: ‘Als er een baby wordt geboren, moet je goed opletten of het een jongetje of een meisje is. Wanneer het een meisje is, dan is er niets aan de hand. Maar wanneer het een jongetje is, dan moet je hem zo snel mogelijk in de rivier de Nijl gooien.’
Op een dag werd Mozes geboren, al heette hij toen nog niet zo. Zijn moeder vond het een mooie en lieve baby. Ze was blij maar ook verdrietig, omdat ze wist dat hij ook in de Nijl zou worden gegooid. Nee! Dat wilde ze niet! Ze wilde haar baby houden! Daarom verstopte ze hem en ze liet aan niemand merken dat ze een jongetje had gekregen. Maar dat kon ze natuurlijk niet lang volhouden. Want baby’s huilen wel eens. Wat moest ze doen?
Ze kreeg een idee. Toen haar kindje drie maanden oud was, dacht ze: ‘Als ik hem nu eens in een rieten mandje leg en het mandje naar de rivier breng, dan is er vast wel iemand die het vindt en meeneemt. Ik heb mijn baby dan wel niet meer, maar dan blijft hij in ieder geval in leven.’
Zo gezegd, zo gedaan. Ze zocht een rieten mandje en legde de baby erin. Haar zus liet ze het mandje naar de rivier brengen, want zelf kon ze dat niet aanzien. Toen haar zus zeker wist dat het niet zonk maar bleef drijven, liep ze weg en verstopte zich om te kijken wat er zou gaan gebeuren. Niet lang daarna kwam daar toevallig de dochter van de farao aan. Die wilde zich gaan wassen in de rivier, toen ze een mandje op het water zag drijven. Zij liet het halen en maakte het mandje open. Ze kon haar ogen niet geloven, toen ze zag dat er een klein baby’tje in lag. ‘Dat is natuurlijk zo’n joods jongetje,’ dacht ze bij zichzelf. ‘Wat moet ik nu doen? Ik kan niet voor hem zorgen, daar ben ik nog te jong voor. Maar ik kan het ook niet maken om hem te laten verdrinken: hij is zo mooi en zo lief. Kijk hem eens lachen.’
Op dat moment kwam de zus die zich verstopt had, tevoorschijn. Ze zei: ‘Ik ken misschien wel iemand die voor dit jongetje kan zorgen. Als ie dan wat ouder is, dan krijgt U hem terug.’ De dochter van de farao vond dat een goed idee. Zo kwam Mozes weer bij zijn moeder terecht. Die zorgde er natuurlijk goed voor, en toen hij wat ouder was, werd hij aan de dochter van de farao gegeven. Die noemde hem Mozes. Dat betekent zoiets als: ‘Ik heb hem uit het water gered.’
Zo begint het verhaal van Mozes. Het verhaal gaat nog verder. Mozes heeft nog veel dingen gedaan, die mensen nooit meer zullen vergeten. Maar dat vertel ik je een andere keer.