Jij zou toch God zijn ♫

De aarde uit Jouw hand geschapen
met groen en blauw
met vuur en kou
met zuur en zout.
De aarde aan de mens gelaten.
Wat ooit was één groene tuin
is nu grijs van het pijn.
Ken Jij de aarde nog?
Ken Jij de aarde nog?
Ken Jij de aarde nog?
Doet het Jou geen pijn
als wat nu in schoonheid bloeit
voorgoed wordt uitgeroeid?
Jij zou toch, Jij zou toch, Jij zou toch God zijn?

De mensen van Jouw adem levend
met hart en hand
een wijs verstand
aan Jou verwant,
wij mensen aan elkaar gegeven.
Wie niet past in het systeem
die leeft en sterft alleen.
Ken Jij de mensen nog?
Ken Jij de mensen nog?
Ken Jij de mensen nog?
Doet het Jou geen pijn
als een mens getroffen wordt
door onrecht en tekort?
Jij zou toch, Jij zou toch, Jij zou toch God zijn?

Het leven uit het niets begonnen
dat door de tijd
de mensen leidt
naar eeuwigheid,
dit leven waarvan dichters zongen,
wordt gemarteld en gekweld
door haast en méér en geld.
Deel Jij ons leven nog?
Deel Jij ons leven nog?
Deel Jij ons leven nog?
Doet het Jou geen pijn
wanneer Jij ’t geknakte riet
opnieuw gebroken ziet?
Jij zou toch, Jij zou toch, Jij zou toch God zijn?