Hij was een honderdman
de baas van veel soldaten,
zo één die orders geeft
commando’s in ’t gevecht.
Het was een vrije dag,
hij hoorde Jezus praten
toen hij moest denken aan
zijn zieke, beste knecht.
Hij was een honderdman
zo één die je moet vrezen,
nu zond hij mensen met
een vraag naar Jezus toe:
‘Al ben ik honderdman
kun jij mijn knecht genezen?
Want die is ziek en ik,
ik weet niet wat te doen.’
Hij was een honderdman
maar voelde zich onzeker
en liet nu zeggen: ‘Wie
ben ik dat jij hier komt?
Ik commandeer en jij
hoeft één woord maar te spreken,
één woord, jij zegt het en
mijn knecht is weer gezond.’
Hij was een honderdman
en Jezus was verwonderd
dat hij zo’n groot geloof
bij vreemde mensen vond.
En ook de honderdman
was zelf wat overdonderd
want, hoe weet niemand, maar
zijn knecht was weer gezond.
(Lucas 7,1-10)